Genieten van de kleine dingen

 

Ik ben Tineke den Boer, 60 jaar jong en 40 jaar getrouwd met een echtgenoot, die me maar hoeft aan te kijken en ziet of het goed gaat met me of slecht, 2 dochters, 1 schoonzoon en twee kleinkinderen, waarmee we proberen regelmatig naar de dierentuin te gaan om er toch even tussenuit te zijn. De dag erop neem ik mijn rust weer wel, maar het genieten met de kleinkinderen, daar heb ik alles voor over!

 

In de jaren ’90 van de vorige eeuw, kampte ik allang met regelmatige uitval vanwege rugpijn, spitaanvallen. Maar je staat er niet echt bij stil, je hebt jonge kinderen, die studeren, je werkt zelf gewoon, maar hebt eigenlijk altijd wel pijn.

Tot het op een bepaald ogenblik niet meer gaat, begin 2004, kon niet meer op of neer. Naar de huisarts, verwijzing neuroloog in Breda. Tja we zullen eens een MRI laten maken, weer 2 maanden wachttijd en 1 maand voor de uitslag. Ik,liep krom, sleepte met mijn linkerbeen. De arts keek me aan en zei: Ach mevrouwtje, jet is maar een kleine hernia en werd met een doos tramadol,naar huis gestuurd.

Die werkten niet, verzekering gebeld en met 3 dagen kon ik met mijn opgehaalde en betaalde MRI naar een kliniek in België. Wat een verademing! Je moest wel lang wachten voor je aan de beurt was. Er waren meer Nederlanders op het spreekuur dan Belgen.
Ik werd binnengeroepen en mijn MRI werd beken, meteen werd gezegd, een kleine hernia doet net zoveel zeer als een grote hernia. Ik zou de week erop geopereerd kunnen worden middels een microscopische operatie. Moest wel toestemming hebben van verzekering. Nou een heel gevecht, ik kwam daar onderop de stapel. Wij besloten toen in het uiterste geval,de operatieverslagen te betalen, maar net op tijd, na een vreselijk boos telefoontje van mijn echtgenoot, gaf de verzekering alsnog toestemming en lag ik snel op de operatietafel. Het valt mij op dat de Belgische artsen je als een mens zien, goede uitleg geven en je niet als een nummer behandelen.

Het jaar erop, de volgende operatie, 2 onderste wervels werden vastgezet, spondylodese of zoals de Belgen het noemen, arthrodese.
Een tijdje ging het goed, maar in 2007 een knieoperatie, knieschijf schoot telkens naar buiten, dus daarmee een poos zoet.

In 2009 werd de spondylodese van 2005 verwijderd en werden er 3 wervels aan elkaar gezet. Later volgde nog opnieuw een revisie van mijn knie reefplastiek. Je valt van de ene operatie in de andere, wordt de conclusie getrokken u heeft FBSS, oftewel Failed Back Sugery Syndrome!
Dan wordt er ook nog eens poly-artrose vastgesteld, slecht bindweefsel, weke delen reuma, maar je loopt op je tandvlees en blijft aan het werk, zolang mogelijk, thuiszitten is geen optie.

Je beseft het niet, maar eigenlijk, door alle pijn maar te negeren, doe je jezelf erg tekort en verknal je eigenlijk de hersteltijd. Je lichaam heeft hersteltijd nodig na weer een operatie, nadat je weer je grens bent overgegaan. Een keer in Nederland een wortelblokkade laten dien,mer zaten géén risico’s aan. Nou wel dus, heb er een blijvende totale klapvoet (dropfoot) aan overgehouden.
Je gaat een keer naar de huisarts terug, wordt naar de psycholoog bij de huisartsenpraktijk gestuurd, je probeert daar mee aan de slag te gaan, te accepteren wat er aan de hand is, in die tijd overlijd mijn moeder na een heel kortstondig ziekbed.
Ik werd niet wijzer van de psychologe. Gestopt, gezegd, het gaat goed: I’m fine.

Dit gaat gewoon maar door, tot ik tegen de huisarts zei, ik wil naar een goede eerstelijns psychotherapeut die mij echt gaat helpen met het vechten tegen die pijn, ik moet accepteren, maar niemand helpt me echt.
Daar ben in in 2015 terecht gekomen, had inmiddels alweer een duimbasisartrose operatie gehad. Dar heb ik heel veel geleerd in de sessies 1 op 1.

Ik werd met mijn neus op het feit gedrukt dat mijn pijn, rugzak, voortaan altijd met me meegaat. Ik kan ‘m nergens even parkeren of in een kluisje stoppen, de rugzak gaat overal mee naar toe.
Maar hij hielp me door oefeningen, door praten, door me dingen zoals ik ze ervaardde op te laten schrijven, vervolgens namen we dat door en leerde hij me omdenken!
Nu kan ik weer genieten, ondanks het feit dat ik daarna weer 3 operaties heb gehad. Ik heb het leven lief, ik ben wie ik ben, hoef me niet te verantwoorden, kan denken in oplossingen en niet meer in problemen.

Het gaat niet altijd goed, er zijn best nog moeilijke momenten, maar over het algemeen ga ik met een big smile in de rolstoel zitten en geniet van de kleine dingen. Vandaag van de eerste voetbalwedstrijd van onze kleinzoon van 5,5 jaar. Een aai over mijn rug, de zon die schijnt.

De luistercirkel

Luistercirkel voor mensen met pijn. ( met dank aan Aline Serverius voor het maken van dit verslag )

Datum: zatderdag 19-11-2016.

Pijn heeft veel gezichten. Er is emotionele pijn, lichamelijke pijn, levensbedreigende en niet-levensbedreigende pijn, recidiverende en chronische pijn, draaglijke en ondraaglijke pijn. In de luistercirkel is plaats voor al deze vormen van pijn.

Nadat iedereen zichzelf kort heeft voorgesteld, worden de principes van een luistercirkel uitgelegd. In de luistercirkel luisteren we vanuit ons hart. Ons luisteren is vrij van oordelen en van vooraf bedachte verhalen. Daaruit vloeit spreken vanuit het hart voort. In ons spreken beperken we ons tot de essentie, geven we geen raad of advies en stellen we geen extra vragen.

Er wordt een veilig kader gecreëerd: je hoeft niet te spreken als je dat niet wilt en wat gedeeld wordt, blijft binnen de groep.

Een moment van stilte maakt ons ontvankelijk voor wat zich aandient, brengt ons in contact met wat binnenin ons leeft en met wat gedeeld wil worden.

 

Om de beurt vertellen deelnemers hoe ze hun pijn ervaren. Voor velen is het een verademing om het masker dat we zo vaak moeten opzetten om onbegrip en kwetsuren te vermijden, aan de kant te mogen leggen en ons ware gelaat te mogen tonen. De pijn van onbegrip of niet gehoord worden snijdt vaak immers even diep als de lichamelijke pijn. Dat zorgt dikwijls voor een afweging: ‘zal ik spreken of zwijgen over mijn pijn?’

Gevoelens van kwaadheid om reacties van anderen, kwaadheid om de soms onverwachte progressie van een ziekte, onmacht, wanhoop, twijfel en verdriet krijgen een plaats.

Velen ervaren moeite met het tempo en de eisen van deze maatschappij en zijn op zoek naar wat ze, mét hun beperkingen, kunnen betekenen voor de maatschappij. Sommigen voelen zich gestigmatiseerd als zieke.

Ook de bittere nasmaak van een kindertijd zonder liefdevolle ouders, van een rouwproces dat nog niet ten einde is, mag hier getoond worden.

Er klinken ook woorden van hoop en dankbaarheid, hoop op het vinden van rust en acceptatie te midden van pijn en dankbaarheid voor een bewuster leven door de pijn.

Er leeft een diep verlangen naar verbondenheid, gehoord worden, begrepen worden; een universeel verlangen waarop de luistercirkel een mooi antwoord biedt.

Yoga en (onzichtbaar) ziek zijn

We weten allemaal dat we in beweging moeten blijven. Maar wanneer je een aandoening of ziekte hebt, is dat makkelijker gezegd dan gedaan. Want wat past dan echt? En wat kan je doen op een moment dat het jou uitkomt? Wat kan je aanpassen aan hoe jij je vandaag voel?

De titel heeft het natuurlijk al wel verraden. Mijn vorm van bewegen is yoga geworden.
Het heeft wel tijd gekost om hierin mijn weg te vinden. Om een manier van yoga beoefenen te vinden die echt bij mij en mijn lichaam past.

Mijn naam is Astrid van Rens. Ik ben yogadocente en ik heb fibromyalgie en het syndroom van Tietze. Beide aandoeningen zijn onzichtbaar voor anderen. Maar deze twee vormen van reuma belemmeren me behoorlijk in mijn privé en werkende leven. Er zijn zelfs momenten geweest waarop ik bang was dat ik geen yogalessen meer zou kunnen geven. Maar dat bleek heel anders uit te pakken! Het was juist de toename van mijn klachten die voor een belangrijke verandering zorgde…

Doordat het bewegen van mijn lichaam in sommige periodes zo beperkt was, moest ik heel creatief worden. Ik ging yogahoudingen aanpassen aan mijn mogelijkheden. Ik ging mezelf ook toestaan dat soms slechts 1 houding voldoende was. Dat mijn hele yogapractice uit slechts 1 houding kon bestaan.

Ik zal eerlijk zijn. Dit was geen eenvoudig proces. Het heeft me heel wat tranen en verzet gekost. Ik gaf al een aantal jaren les. Ik was gewend om veel meer te kunnen. Toegeven dat er een heleboel niet (meer) kan, leverde me echter ook iets anders op…

Ruimte! Ruimte om te ontdekken wat er wél kan.

En daarin zit voor mij de kracht van yoga. Yoga laat je mogelijkheden zien. Ik ben gestopt met te denken dat een houding maar op één manier uitgevoerd kan worden.

Wanneer je gaat vertrouwen op je lichaam, ontstaan er weer mogelijkheden. Ons lichaam geeft namelijk heel veel waardevolle informatie. En die signalen, onze lichaamstaal, moeten we weer leren begrijpen. Daarvoor is tijd nodig. Want door het ziek zijn, dagelijkse pijn en fysieke beperkingen is de communicatie met het lichaam vaak uit balans. We zijn gewend om vooral te luisteren naar de ‘stop-ho-halt’ signalen van ons lichaam. En dat is heel goed. Maar daarnaast zijn er ook nog de signalen van waar in je lichaam wel ruimte, zachtheid en ontspanning te vinden is. Iets wat ik, en velen met mij, heel hard nodig heb. Voelen dat het lichaam niet alleen maar pijnlijk is. Dat er ook nog iets anders voelbaar is.

Drie jaar geleden startte ik met yogalessen voor mensen met chronische pijn. Dit heeft ook voor mij persoonlijk veel veranderd. Ik moest nu echt met de billen bloot. Erkennen en naar buiten laten zien dat ik beperkingen had. Dat ik niet voldeed aan het ‘ideale yoga-docenten-plaatje’.

Maar de deelnemers aan deze lessen waren vanaf het begin zo open, zo leergierig, zo bereid om met mij op zoek te gaan naar hun vorm van yoga. Dat zorgde ervoor dat ik mijn eigen beperkingen steeds meer ben gaan zien als mijn kracht. Mijn bron tot creativiteit, ruimdenkendheid en flexibiliteit. Wat er voor zorgde dat ik dat ook de deelnemers weer kon meegeven.

En nu, precies drie jaar verder is mijn eerste online yogaprogramma bijna klaar. Een stap voor stap programma voor mensen met fibromyalgie. Ik wil nog veel meer mensen op weg helpen. Ervaringen en kennis delen. De kracht van yoga en meditatie laten ervaren.

Wat yoga en meditatie mij geven?

Ze geven mij de mogelijkheid om voorbij mijn beperkingen te kijken. Voorbij de pijnklachten en onzekerheden die mijn aandoeningen met zich meebrengen. Yoga en meditatie kan ik namelijk altijd beoefenen. Het is echt altijd en voor iedereen toegankelijk.

Het leerde me om iedere keer te kijken naar waar ik op dat moment ben. Ik neem de situatie zoals die vandaag is als uitgangspunt. Yoga gaat voor mij niet meer over diep buigen of ver strekken. Yoga gaat niet over een flexibel lichaam maar over flexibel durven zijn. Het gaat over de beperkende gedachten loslaten over m’n lichaam. Iedere keer als ik op mijn mat stap, nodig ik mezelf uit om dat te doen wat mijn lichaam op dat moment nodig heeft. Niet wat ik vind dat ik moet kunnen. Niet wat ik denkt dat ik moet kunnen. Yoga gaat over bewegen binnen mijn mogelijkheden. Yoga is er voor mij. Yoga is for Every-Body.

passion-led-us-here-kopie-2

Astrid van Rens is yogadocente. Ze leeft met fibromyalgie en het syndroom van Tietze die beide zorgen voor chronische pijnklachten. Astrid geeft yogales in diverse yogastudio’s en in een verzorgingshuis. Daarnaast biedt ze online yogaprogramma’s (met begeleiding) aan. Als ervaringsdeskundige heeft ze zich gespecialiseerd in yoga voor mensen met chronische pijnklachten, ziekte en fysieke beperkingen.

Meer informatie kun je vinden op www.astridvanrens.nl

Voorbij de pijn : artikel in tijdschrift Psychologies

voorbij-de-pijn_000001voorbij-de-pijn_000002

 

hier ook de gewone tekst versie :

Voorbij de pijn: op zoek naar de zin van lijden

Hoe ga je om met een pijn die elke dag opnieuw je leven beheerst? Nico (42) verloor in 2004 zijn linkeronderbeen bij een verkeersongeval. De prothese heeft hij een plaats gegeven, de zenuw- en fantoompijnen stellen hem nog 24 uur per dag op de proef. Een zoektocht naar de zin van leven en lijden.

De zomer van 2004. Na een repetitie met mijn rockband Kill Spector begon het fel te onweren. ‘Rijd jij echt in dat weer met de motor naar huis?’ vroegen mijn vrienden. Ik zag er geen graten in. Zelfs niet toen mijn vader belde met het voorstel om mij met de wagen te komen halen. ‘Laat maar zitten,’ zei ik. ‘Komt wel goed.’ ‘Zie maar dat we je straks niet uit de gracht moeten halen!’ grapten mijn vrienden nog.’

Het regende hard, ik zag nauwelijks iets voor mijn ogen. Op de R4 rond Gent viel mijn motor ineens stil. Ik haastte me naar de pechstrook, ging in de berm staan en belde een vriend. Hij zou er binnen de 10 minuten zijn. Daar stond ik dan, in de gietende regen. Ik besloot nog even te kijken of ik mijn motor toch niet aan de praat kreeg. En net op dat moment, tijdens die paar seconden dat ik terug op mijn motor zat, kwam er vanuit het niets een auto en werd ik weggekatapulteerd.’

Mijn linkerbeen lag in een vreemde hoek, het bloed gutste eruit. Af en toe passeerde een auto maar niemand stopte. Ik begon te roepen, dacht echt dat ik eraan ging. Nog een geluk dat ik mijn vriend had gebeld. Hij heeft alles gedaan wat hij kon: mij moed ingesproken, de ambulance gebeld, mijn been afgebonden met zijn T-shirt. Ik had verschrikkelijk veel pijn maar was constant bij bewustzijn. Ik voelde maar één ding: overlevingsdrang. Pas toen ik in de ambulance lag, is het licht uitgegaan.’

Zeven dagen lang hebben de artsen geprobeerd om mijn been te redden. Toen het woord amputeren dan toch viel, kon ik dat niet vatten. Het was een ver-van-mijn-bedshow, heel onrealistisch allemaal. Wakker worden na de operatie, dat beeld vergeet je nooit meer. Aan de ene kant van het laken steekt een voet uit, aan de andere kant niet. Dan ben je zo in paniek, zo verdrietig, zo reddeloos. Op medisch vlak hebben ze daar alles gedaan wat ze konden maar op psychologisch vlak is er nog veel werk aan de winkel. Er zou toch iemand moeten zijn op de afdeling traumatologie die meteen na zo een ongeval langskomt om te praten? De enige waarmee ik kon delen wat er in mijn hoofd omging, was mijn vriendin. Na de amputatie ben ik nog vier of vijf keer geopereerd aan mijn stomp, met als gevolg dat die heel kwetsbaar is. Ik was een zielig hoopje mens. Depressief, met enorm veel pijn.’

Rocky versus Zen

Na twee maanden mocht ik naar huis. Toen het lopen met een prothese begon te lukken, dacht ik: nu ga ik mij bewijzen! Samen met mijn vriendin ging ik mee op een skireis voor andersvaliden. Ik kreeg les van iemand met een onderbeenprothese die fantastisch kon snowboarden. Dat was een held, ik moest dat ook kunnen! Het bleek veel te zwaar na amper één jaar amputatie. Ik had helse drukpijnen en mijn been lag constant open. Ik ging op zoek naar een andere sport. Triathlon! Normaal is er één iemand die zwemt, de ander fietst en nog een ander loopt. Maar ik zou het wel allemaal alleen doen. Mijn Rocky-fase, noem ik het. Ik heb de wedstrijd uitgelopen maar toen ik mijn prothese afdeed, was heel mijn stomp kapot. Ik moest twee weken herstellen, met rolstoel en krukken. Het was compensatie, bewijsdrang, ‘zie eens wat ik wél nog allemaal kan’. Je krijgt schouderklopjes, iedereen ziet je als een held, heel fijn. Maar mijn prothese bleef problemen geven dus ik schakelde over naar Amp Foot, veldvoetbal op één been, met krukken. Hilarisch zwaar. Na twee weken kreeg ik enorm veel pijn. Artrose in beide heupen. Telkens opnieuw werd ik geconfronteerd met het feit dat ik mezelf lichamelijk nog meer aan het kapotmaken was.’

Daarna heb ik een switch gemaakt. Ik botste op een boek over zenboeddhisme en ben beginnen lezen over leven en lijden. Na wat googelen ontdekte ik dat er op een kwartier van mijn deur een zengroep was. Ik daarnaartoe. Het was eerst bevreemdend maar al snel overviel mij een enorme rust. Bij het zenmediteren word je verplicht om je aandacht naar binnen te richten. Dan pas zie je wat er zich in je hoofd afspeelt. Ik zag een autostrade met vijf stroken waar de gedachten tegen 140 kilometer per uur voorbijraasden. Oordelen, ideeën over wie je bent en wie je moet zijn. Je kijkt ernaar en laat alles passeren, als wolken. Ik voelde dat het een plaats was waar ik mezelf kon zijn, waar ik me kwetsbaar mocht opstellen. Er ging een nieuwe wereld voor mij open. Ik zag dat er een gevecht aan de gang was in mijn hoofd. Ik wilde mezelf bewijzen, niet plooien, niet aanvaarden. Ik denk dat ik het na al die jaren nog niet aanvaard heb, hoor. Het is een dagelijkse uitdaging. Ook dat heb ik geleerd: aanvaarden is niet iets dat je op een bepaald moment doet, et voilà, de kous is af en je kan verder. Aanvaarden is elke dag opnieuw aanvaarden wat er is.’

Onzichtbare handicap

Mensen zien mijn prothese en denken dat dat moeilijk is. Maar daar kan ik mee leven. En ik schaam mij niet. In de zomer draag ik een korte broek, ik ga met mijn kinderen naar het zwembad, dat kan mij allemaal niet schelen. Mijn grootste handicap zie je niet. Mijn grootste handicap is opstaan met zenuw- en fantoompijn en gaan slapen met zenuw- en fantoompijn. Omdat die onzichtbaar is, wordt die ook veel minder begrepen. Daarom ben ik een blog begonnen (Voorbij de pijn, red.). Ik wil een klankbord en een spreekbuis zijn voor mensen met pijn. In onze maatschappij mag je niet te veel tijd besteden aan pijn hebben en lijden. De wereld draait door, we moeten verder doen en blij zijn. Ik wil niet pathetisch doen, niet klagen en zagen, ik wil enkel tonen dat veel mensen pijn hebben die we niet zien. Mentale pijn, chronische rugpijn … Blijkbaar is het in onze maatschappij heel moeilijk om onze binnenkant aan de buitenwereld te tonen. Hoe vaak vergelijken we onze binnenkant niet met de buitenkant van iemand anders? Ik blijf erbij dat iedereen wel iets heeft en dat we allemaal met een masker rondlopen. Terwijl het zo’n deugd doet om je open en kwetsbaar op te stellen en te merken dat er iemand echt luistert. Daarom wil ik mensen graag samenbrengen in een luistercirkel. Het principe is eenvoudig. Je vormt een cirkel en legt een ‘talking stick’ in het midden. Wie de talking stick neemt, is aan het woord, de rest zwijgt en mag niet inpikken. Want wat doen we vaak? We luisteren naar iemand maar hebben intussen al antwoorden in ons hoofd. Dan luisteren we niet echt. De eerste keer had ik het er moeilijk mee, het leek mij zo’n zelfhulpgroepgedoe. Maar op een keer vertelde een vrouw tijdens een luistercirkel over haar dochter, die op haar 18e gestorven was aan een zeer pijnlijke ziekte. Ik ben toen ongelofelijk beginnen wenen. Dat was de eerste keer dat ik voelde wat het betekent om je hart open te zetten, om echt te durven voelen. Ik had verdriet voor die vrouw maar tegelijk voelde ik mijn eigen verdriet. Ik denk dat we dat allemaal te veel doen: ons hart achter tralies zetten en ons sterk maken voor de buitenwereld. Ik heb geleerd dat we niet kunnen bepalen wat ons overkomt maar dat we wel zelf kunnen beslissen wat we ermee doen. Ik zou zeggen: sluit je niet af, durf ermee naar buiten komen.’

Voorbij de pijn

Als je vraagt naar de zin van lijden moet je beginnen met de zin van leven. Volgens mijn zenleraar heeft het leven op zich geen zin maar willen wij, mensen, daar zin aan geven. De zin van je leven is hoe jij je leven leidt, hoe jij vorm geeft aan je leven, hoe jij verantwoordelijkheid opneemt voor wat is, voor wat je doet en overkomt.’

Lijden op zich heeft geen zin maar kan volgens mij getransformeerd worden naar een soort van mededogen. Als je zelf met lijden wordt geconfronteerd, trek je je ogen open en besef je dat er overal lijden is. Plots zie je de menselijkheid in elk mens. Als je dat mededogen naar boven durft laten komen, gaat daar een enorme kracht van uit. Je kijkt met minder vooroordelen, gaat minder veroordelen. De persoon die mij destijds heeft aangereden heb ik volledig vergeven. Ik ben ervan overtuigd dat in ieder van ons een dader en een slachtoffer schuilt. Mijn lijden heeft mij veranderd als mens. Ik ben veel gevoeliger geworden. Mijn hart is opengegaan en ik voel dat het niet erg is om dat naar buiten te laten komen en te delen met anderen. Je bent meer dan die buitenkant en dat lichaam. Je bent ook iets dat lééft vanbinnen, met emoties, wilskracht, levenskracht. Dat geeft mij zin om verder te gaan.’

Ik ben nog altijd de Nico die zijn pijn soms afreageert op zijn partner en zijn kinderen, de Nico die het soms niet ziet zitten. Maar ik ben ook de Nico die geleerd heeft om elke dag opnieuw te proberen kijken naar de dingen die goed gaan. Vroeger had ik veel angst voor de dood maar dat is nu minder. Omdat ik probeer te vertragen en te kijken naar wat voor mij echt belangrijk is. Dat is niet dat mijn auto proper gewassen is en mijn gras gemaaid, maar wel dat ik er genoeg ben voor mijn kinderen, mijn partner, mijn ouders … Ik heb het gevoel dat ik ondanks die pijn en al dat lijden en zoeken écht aan het leven ben’.

Het is mijn droom om mensen die last hebben van chronische pijn te begeleiden en te coachen. Ik zou het fijn vinden als er ooit een bordje aan mijn deur zou hangen: ‘Voorbij de pijn – begeleiding van mensen met pijn’. En ik wil ook mensen samenbrengen voor luistercirkels. Ik denk dat ik, door wat ik zelf meemaak en door nu al 12 jaar te onderzoeken, te denken en te praten, goed in staat ben om mensen te helpen. Niet om hen van hun pijn af te helpen maar om hen te ondersteunen om samen met hun pijn verder te leven. Vandaar de naam van mijn blog, ‘Voorbij de pijn’. De pijn is niet voorbij maar je pakt de pijn mee en gaat eraan voorbij.’

Meer info: www.voorbijdepijn.com

Schuldgevoel

Vorige week was er een etentje voor een goede vriendin die 40 werd. Daarna kwam het voorstel om nog eens goed uit de bol te gaan. Dansen in de stad. Het was al meer dan een jaar geleden dat ik nog eens in de stad was, laat staan gaan dansen. Maar ik voelde me goed die avond en besloot mee te gaan. Het werd een zeer aangename avond en een fantastische nacht. Ik heb me erg geamuseerd, en gedanst. Bevrijdend!

The day after.

Minder. Ik had niet enkel een houten hoofd – ik drink doorgaans nogal weinig – maar merkte ook een wondje op aan mijn stomp. Ik noem het liever ‘mijn slechte been’. Stomp klinkt vreemd, vies, … nog steeds. Maar goed, het leek niet erg genoeg om me zorgen te maken. Ik had andere dingen aan mijn hoofd: het was moederdag, een dag vol liefde, lekker eten, een kort fietstochtje met de kinderen… zeer geslaagd allemaal.

Twee dagen later was het mijn verjaardag, een dinsdag. Mijn vriendin en ik zijn allebei thuis dinsdags, dus was het de ideale gelegenheid om iets samen te doen. Maar dat onnozel wondje was ondertussen groter en groter geworden en zeer veel pijn beginnen te doen. Ik liet er onze uitstap naar de stad niet door vergallen, en beet door. Pijnlijk was het. Ik probeerde de pijn te onderdrukken. Ik wilde de goeie sfeer niet verpesten. We waren eindelijk eens met z’n tweetjes op stap. Na een lekkere en gezellige lunch gingen we nog even shoppen, vooral voor de kinderen dan, want die groeien vlugger uit hun kleren dan wij er kunnen kopen. Tijdens het shoppen kwam de pijn meer en meer opzetten. Ik zocht hier en daar steun of een stoeltje om even te kunnen zitten. Ik was meer dan opgelucht toen we opnieuw bij de auto kwamen, en naar huis reden. Tegelijk zat ik ook met een groot schuldgevoel: op het moment dat we nog eens tijd voor elkaar hadden, zat ik met pijn aan mijn been. Klote.

Pijn is er altijd. Een continue zenuwpijn die ik zo goed als mogelijk onder controle tracht te houden, met medicatie, relativeren en zen. Dat gaat nog. Maar de wondpijn, daar valt niet aan te ontkomen. Dat valt niet te relativeren, want die is erg fysiek. Tientallen naalden die prikken, onophoudelijk. Die brandende en snijdende pijn bovenop de zenuwpijn is de druppel. Na al die jaren weet ik: als ik ook maar een wondje bespeur, moet de prothese af. Geen wrijvingen bevorderen de genezing. Ik weet dat. Maar ik ben koppig, en op mijn verjaardag wil ik doen wat ik wil. Het leuk hebben, me amuseren, en volop man zijn, ook voor mijn vrouw.

De dag nadien, woensdag, stond er een schoolactiviteit op de agenda: met de school naar Bobbejaanland. Ik zag dat absoluut niet zitten: de pijn was te erg. De avond voordien zat ik gestrest thuis. Hoe ging ik dat weer aanpakken? Ik kon toch niet wéér thuis blijven? Ik was de week voordien ook al een paar dagen thuis. En dan nog wel om een overbelasting van mijn ‘goed been’. Wat zouden ze wel niet zeggen als ik het nu weer liet afweten? Gaan werken dus, met prothese.

Dat bleek geen al te best idee. Ik kon amper stappen, en zelfs met twee krukken kon ik de pijn niet harden. Dit ging niet. Naar de directeur dan maar, vragen of er een oplossing was zodat ik niet zou mee moeten op uitstap. Gelukkig luisterde de directeur naar mijn verhaal. Ik ben er haar dankbaar voor. Het doet deugd als er naar je geluisterd wordt en je au serieux genomen wordt. Ik werkte die dag op de andere speelplaats bij de laatstejaars, maar dat was maar een klein groepje leerlingen. Ik kon die dag mijn been wat sparen. Toch moest ik met mijn prothese aan naar de refter, naar de slaapzaal, naar de speelplaats, en ’s avonds nog een uurtje met een bende van 35 jonge leeuwen naar de speelpleinen, tot het bedtijd was. Oef.

Rond half tien zat ik zelf in mijn kamer. Helemaal op. Mijn hele lijf deed pijn. Ik had nochtans de minst belastende job van de dag. De dag erna, donderdag, was er in de voormiddag een EHBO-cursus. Ik kon het niet meer houden van de pijn en heb daar ter plaatse – waar iedereen bijzat – mijn broek afgestroopt, en mijn prothese losgemaakt.

Tegen de middag kon ik naar huis; ik had een afspraak bij de kinesist voor mijn ander been maar heb ik uiteindelijk mijn stomp laten masseren. Het voelde alsof er stalen kabels in mijn slap, dun been zaten. De kinesist was verbaasd dat alles zo vast zat. Ik niet. Het was ongeveer 5 jaar geleden dat ik het laten masseren had. Ik stop dat verdomde misbaksel het liefst zo vlug weg in mijn prothese. Weg ermee. En als ik kan stappen, is het handicap-gevoel miniem. En zo wil ik het.

The kids are alright.

Zelfde dag, nog steeds. Ik ging de kinderen van school halen. Prothese aan en krukken. Het was te lang geleden dat ik nog eens zonder prothese in het openbaar was geweest; ik geneerde mij te veel. Ik wou niet bekeken worden door andere ouders en hun kinderen.

Toen we thuis kwamen, vertelde ik mijn kinderen dat ik erg veel pijn had. En dat ik mijn rolstoel zou gebruiken. Ik wou ook dat ze goed luisterden naar wat ik vroeg of zei. Een uur later hoorde ik mijn gasten ravotten met de buurjongens en –meisjes. Ik hoorde ze lachen en plezier maken. Ik zat in de tuin. Geen prothese, wel een rolstoel. Ik was blij voor hen, maar voelde me toch ook triest. Ik kon niet deelnemen. Af en toe ging ik eens met mijn krukken tot aan de haag, kijken of alles oké was. De pret kon niet op. Dat stelde me gerust. Het was een mooie dag. Het vooruitzicht van met mijn vrouw en twee jongens samen te eten, stemde me ergens wel vrolijk.

Toen ik tegen zessen aan de haag ging zeggen dat we een kwartier later zouden eten, kwam er geen reactie. Mijn oudste, Jona, hield zich doof. ‘Jona? Heb je me gehoord?’ ‘Ja-aa, dat heb je daarnet al gezegd’, snauwde hij terug. Dat had ik niet verwacht. Ik stond daar, op één been, met krukken, en mijn achtjarige zoon ‘snakte me af’. Ik was te beduusd om iets te zeggen – er waren nog veel kindjes samen aan het spelen – en ging weg. Toen mijn zoontjes binnenkwamen, sprak ik mijn oudste zoon aan en zei hem dat ik echt niet begreep waarom hij mij zo aansprak, en dat ik dat echt niet verdien om zo aangesproken te worden.

Jona ging om het hoekje zitten. Toen ik ging kijken, zat hij te wenen. Ik vroeg wat er scheelde. Had ik niet mogen zeggen dat ik zo niet afgesnauwd wilde worden? ‘Ik ben kwaad’, zei hij. ‘Waarom ben je kwaad’, vroeg ik. ‘ Ik ben kwaad op mezelf’. Ik zei dat hij helemaal niet kwaad moest zijn op zichzelf, maar dat ik gewoon wil dat hij beleefd is. Hij begon nog harder te huilen en toen kwam het er allemaal uit: ‘Ik ben kwaad op die domme meneer die jouw been er heeft afgereden! Waarom moet dat nu juist bij mijn papa gebeuren? Ik ben kwaad om te zien dat jij elke dag pijn hebt en zo moeilijk mee kan spelen in de tuin! Ik heb medelijden met je en ik zie je graag. Maar jij kan daar toch ook allemaal niet aan doen. Ik mag niet kwaad zijn op jou.” De tranen sprongen in mijn ogen. Dit was de eerste keer dat mijn oudste zoon liet blijken dat hij het moeilijk heeft met mijn handicap. Ik nam hem in mijn armen en we huilden allebei. Ik zei dat hij best eens kwaad mag zijn, zelfs op mij. Het moet inderdaad niet leuk zijn om een papa te hebben die altijd zoveel pijn heeft en daardoor ook heel weinig echt kan ravotten met zijn kinderen.

Ik heb dit ooit al bij therapeuten aangehaald. Meestal komt dan het antwoord ‘Maar je kan met je zoon toch nog een heleboel andere dingen doen?’ Ja, natuurlijk, maar ik heb nu eenmaal twee zonen die heel graag eens wild doen en explosief zijn, en veel energie hebben, veel meer dan ik. Ik kan ze niet altijd verleiden met ‘laten we tekenen’ of ‘kom, we gaan een boek lezen’. Ze willen lopen, klimmen, fietsen, vallen en opgevangen worden, ook door hun vader. En daarin faal ik grandioos. Het schuldgevoel is immens. Het doet verschrikkelijk veel pijn om te voelen dat je als papa tekort schiet en dat je kinderen dat eigenlijk niet durven te zeggen, omdat ze gewoon medelijden hebben. Een kind van acht dat medelijden heeft met een vader van 43. Dat klopt helemaal niet in.

Ik was er kapot van. Ik ben wel ergens blij dat Jona het heeft durven te zeggen. En ik heb het gevoel dat het onze band heeft versterkt. Ik zie mijn twee jongens heel graag en het is erg te beseffen dat ik ergens tekort kom. Al merk ik wel dat het mijn zoon goed gedaan heeft het eens uit te spreken. Er viel een last van zijn schouders.

Schuldgevoel, het is echt een heel intense emotie. Ik ben mijn zoon eeuwig dankbaar voor het feit dat hij dat allemaal heeft durven te zeggen. Ik wil een held zijn voor mijn kinderen. Welke papa wil dat dan niet ? Zonder dat ze het zelf beseffen, zijn ze ook ergens mijn helden, de grootste zenmeesters die ik ooit ontmoet heb.

13225066_10210014103132131_967874674_o

 

Luistercirkels

Luistercirkel. Vreemd woord, neen? Waarom? Toen ik het de eerste keer hoorde, vond ik het ook iets zweverigs hebben. Het leek wel een term uit een zelfhulpgroep, iets waar ik als chronisch pijnpatiënt altijd wat weigerachtig tegenover heb gestaan. “Hoe zouden we elkaar daar kunnen helpen?”, was mijn eerste, impulsieve, reactie. “Mijn pijn gaat niet verminderen door in een groep mijn verhaal te doen.” Het bleek later toch een ietwat kortzichtige gedachte. Luisteren naar elkaars ‘miserie’? Neen, dat zag ik toch niet echt gebeuren.

De eerste luistercirkel die ik meemaakte, was er een met de zen-peacemakers, de boeddhistische vereniging van Bernie Glassman. Zen-peacemakers is een beweging die het boeddhistisch of zen-boeddhistisch gedachtengoed vooral in actie omzet en één van de pioniers voor het geëngageerd boeddhisme. Een luistercirkel heeft een aantal afspraken die ervoor zorgen dat iedereen die deelneemt zich perfect op zijn gemak voelt. Niemand is verplicht om te spreken, en iedereen is welkom.

luistercirkel

Deelnemen aan een luistercirkel is in het begin toch een beetje wennen, maar eens de luistercirkel begonnen is, valt alles mooi op zijn plaats. Je merkt dat er heel veel integriteit is, en je voelt je geborgen en veilig. Bij een luistercirkel gaan mensen – meestal een stuk of acht – rond een zelfgemaakt middenstuk zitten; bij de boeddhisten hoort daar ook een kaars, wierook én ‘talking sticks’ bij, kleine voorwerpen die iemand die iets wil zeggen, opneemt. Dat kan eender wat zijn: een steen, een beeldje, een ketting, etc.

Wat ik zo leuk – en best wel magisch – vind aan een luistercirkel is dat de persoon die de ‘talking sticks’ vastheeft, de enige is die mag spreken. De anderen luisteren vanuit hun hart en onderbreken de spreker niet. Voor de luisteraars is dat toch niet zo eenvoudig, zeker niet bij mij. Ik merkte al heel snel dat ik wou inspelen op wat verteld werd, dat er een stem in mijn hoofd commentaar wou geven, een mening had, een idee, een vooroordeel, een gedachte, … het is echt onvoorstelbaar om de talloze processen in ons hoofd te leren kennen als we luisteren naar iemand. Bij een doordeweeks gesprek luister je doorgaans nooit echt naar wat iemand je vertelt; je hebt altijd wel een repliek klaarzitten. Bij een luistercirkel ook, maar je blijft stil. Dat is de afspraak. Van zodra de spreker de ‘talking sticks’ terug legt, geeft hij aan gedaan te hebben met zijn verhaal.

talking sticks

Eerlijk? Ik had daar in het begin nogal wat moeite mee. Na een paar luistercirkels te hebben meegemaakt, gaat me dat nu veel makkelijker af. Luisteren is belangrijk. Na het verhaal van de spreker is het niet meteen de bedoeling om in te pikken op wat die persoon verteld heeft; er volgt geen discussie, geen resem argumenten, oplossingen of antwoorden. Er wordt gewoon gewacht tot de volgende persoon de nood voelt om de talking stick op te nemen, en te praten. Dat gaat zo door tot er niemand meer is die de cirkel aanvult, en de laatste personen de cirkel sluiten.

De kracht van luisteren

Een machtig moment, toch, die eerste luistercirkel. Het doet wat met je als je voor het eerst ondergedompeld wordt in de kracht van het luisteren. Luisteren naar en gehoord worden. De eerste keer dat ik zelf het woord nam, voelde erg onwennig. Maar dan ontstaat er iets, een gevoel dat ik niet kan verklaren. Je neemt het woord, begint te praten zonder voorbereiding, zonder te weten waar je het over zal hebben, … Het gevoel dat je dan krijgt, is bijzonder, omdat het lijkt alsof je voor het eerst in je leven echt gehoord wordt, en je mag zeggen wat je wil, zolang je het maar niet hebt over iemand anders binnen de groep.

Listen

Een openbaring, voor mezelf. Tijdens een luistercirkel komen er zaken naar boven waarvan ik niet dacht dat ze in me zaten. Ik heb er dingen verteld die ik nog nooit luidop had durven te zeggen. Ik gaf me bloot, stelde me kwetsbaar op, zonder schroom of schrik voor wat anderen zouden kunnen denken. Wat verteld wordt in de cirkel, blijft in de cirkel, en in het moment. Daarna is het weg. Er wordt niet verder over gesproken. Het is er, heel intens en open, op één moment. That’s it.

Met mijn eerste deelname aan een luistercirkel verdween ook meteen mijn scepticisme, zelfs aversie, voor zelfhulpgroepen. Alle vooroordelen die ik had, zijn van tafel geveegd. Ik kreeg de kans en de vrijheid om vol-le-dig mezelf te zijn. Ontluisterend.

Na die luistercirkel had ik het idee om er een te organiseren voor chronische pijnpatiënten, maar dat is – helaas – op niets uitgedraaid: te weinig interesse. Er was wel veel enthousiasme toen ik het idee opperde, maar de stap om deel te nemen, bleek voor velen te groot, te moeilijk. Dat is ongeveer een jaar geleden. Ik begrijp dat het niet vanzelfsprekend is om een luistercirkel bij te wonen; ik heb hetzelfde ervaren, maar ik was er wel al vertrouwd mee geraakt in de boeddhistische vereniging waar ik lid van ben.

Achteraf gezien, heb ik misschien iets gevraagd aan mensen met chronische pijn wat eigenlijk niet zo evident is als ik dacht.

Het is makkelijker om je verhaal te vertellen via de talloze online communities dan het echt te vertellen, in een groep. Je bloot geven, kwetsbaar opstellen, je schaduwkant tonen, mensen in de ogen kijken… het zijn dingen die we ons dagelijks leven niet vaak meer doen, uit angst voor de commentaar, het oordeel van een ander. Soms is ook het onbegrip waar we op botsen veel te pijnlijk…

Vandaar, een oproep, aan alle mensen die deze blog lezen en zelf pijnpatiënt zijn. Toen ik zelf met het idee kwam om een luistercirkel te houden, heb ik er niet zoveel woorden voor gebruikt. Ik dacht dat het allemaal wel zou loslopen. Ik was mis. Maar toch blijf ik volharden.

Mocht je na het lezen van deze post toch eens willen deelnemen aan een luistercirkel, dan moet ik nu al zeggen: chapeau! Ik heb daar veel respect voor, omdat het getuigt van moed en wilskracht. Het is een grote en belangrijke stap. Maar, wat ik ook wil meegeven is het volgende: als je dan toch die stap gezet hebt en ergens in de toekomst samen met mij in die cirkel wil gaan zitten, samen met lotgenoten, wees er dan zeker van dat iedereen écht zal luisteren naar je verhaal, en dat het verdomd deugd zal doen om het gevoel te hebben dat er eens écht naar jou geluisterd wordt, en dat anderen er veel aan zullen hebben om eens naar jouw verhaal te luisteren.

De tweede pijl ( de situatie omarmen )

Wanneer hij het over lijden had, sprak Boeddha over de eerste en de tweede pijl. De eerste pijl is zo goed als onvermijdelijk: we krijgen allemaal met lijden te maken, in één of andere gedaante. Ik heb het zelf vaak over de fysieke chronische pijn, maar er bestaan uiteraard vele andere: er sterft iemand in je nabije omgeving, je wordt ziek, je partner verlaat je, je hebt geldzorgen, je hebt te kampen met een depressie of een burnout, etc.

De tweede pijl bestaat uit onze reactie op die eerste pijl: hoe gaan we om met onze ziekte? Het verlies van een dierbare? Welke gedachten en gevoelens komen er naar boven als we met iets geconfronteerd worden dat we hoegenaamd niet willen?Hier komen we opnieuw uit bij het woord ‘aanvaarden’. Kan je het aanvaarden dat die eerste pijl je heeft geraakt of vind je het onrechtvaardig of niet eerlijk? Komen er zinnen naar boven zoals : waarom moet mij dit nu overkomen? Hoe ga ik hier uit geraken? Hoe ga ik hier mee verder kunnen leven? Hoe kan ik dit lijden teniet doen?

Het is een natuurlijke reactie om zo ver mogelijk van het lijden weg te willen blijven en dicht bij de plezierige dingen des levens. Het boeddhisme leert ons echter ook dat het ene nu éénmaal niet kan bestaan zonder het andere. Er is geen donker zonder licht, geen goed zonder kwaad, geen plezier zonder pijn, geen geboorte zonder sterven. Het is dan ook belangrijk dat we die tweede pijl gaan (h)erkennen, niet uit de weg gaan of cultiveren door onze gedachten en ideeën. Aan die eerste pijl valt weinig of niets te doen; de impact van die tweede pijl hebben we evenwel wel in eigen handen.

omarmen

De situatie omarmen. Het is natuurlijk makkelijker gezegd dan gedaan. Plots geen werk meer, geen vrouw, ernstig of ongeneeslijk ziek… Ga er maar eens aan staan.
De eerste pijl wordt vaak versterkt doordat we er verdriet, woede, angst aan koppelen. We hebben er echter alle baat bij om zo rustig mogelijk naar de situatie te kijken, en proberen om er – met een heldere geest – geen extra leed aan toe te voegen. Het is een oefening die je elke dag opnieuw in de praktijk dient te brengen.
Aanvaarden, het omarmen van de situatie, er één mee proberen zijn en van daaruit te handelen. Dat laatste is niet onbelangrijk.
Het betekent niet dat je bij de pakken moet blijven zitten, dat je een ‘je m’en fou’-houding moet aannemen. Integendeel, je moet het je wel degelijk heel erg aantrekken, maar niet in die mate dat het je mentaal helemaal ondersteboven haalt.
Probeer te kijken naar wat er is, zoek de stilte op, maak contact met je hart, adem rustig in en uit en wees getuige van wat er zich afspeelt.

Persoonlijk heb ik al heel veel te maken gehad met die tweede pijl: ik had het gevoel dat ik het allemaal niet meer aankon. Het is op sommige momenten gewoon te veel: de dagelijkse pijn, de gevolgen van die pijn, de vermoeidheid, het gebrek aan energie…
Dat heeft niet enkel een invloed op mezelf, maar ook op mijn werk, mijn gezinsleven, mijn vrouw en mijn kinderen, die hun speelpapa maar al te vaak moeten missen. Of mijn vrouw die zich moet schikken naar de ‘pijn van de dag’. Het schuldgevoel dat ik daarbij krijg, is immens groot. Het is op zulke momenten verdomd moeilijk om rustig te blijven en je emoties niet de vrije loop te laten.

tweedepijl

Het schrijven van deze blog doet me beseffen hoe pijnlijk die tweede pijl wel kan zijn, zeker als als je je gevoelens en gedachten de vrije loop laat. Ik ben er mij van bewust dat – ondanks de fysieke pijn – de pijn van alle negatieve gedachten, de angst , de woede minstens evenveel pijn doet. Fysieke pijn bestaat niet alleen, maar wordt geschaduwd door een mentale, psychische pijn. Die is voor iedereen anders, en bijna altijd onzichtbaar, waardoor die vaak botst op onbegrip bij je werkgevers, je echtgenoot of vrienden.

Het gevoel niet au serieux genomen te worden, niet geloofd te worden zorgt voor extra pijn. Aan de buitenkant is veelal niets te zien.
We leven helaas nog steeds in een maatschappij waarin alles meetbaar moet zijn, waarbij men iets pas gelooft als men het ook kan zien. Als iemand met een verminkt gezicht op tv komt, dan voelt iedereen direct de pijn, maar als men iemand interviewt met een burnout, een derpressie, een pijnlijke of ongeneeslijke ziekte, dan wordt het plots een heel stuk moeilijker om ons medeleven te tonen.

Maar even terug naar Boeddha’s tweede pijl.
Het moment dat je je ervan bewust bent dat je die tweede pijl opnieuw aan het voeden bent – dat moment van het zien, je ervan bewust te zijn – is van groot belang en meestal al voldoende om opnieuw te centeren en de rust in jezelf terug te vinden.

Ik sluit graag af met een boodschap: ga eens kijken wat jouw tweede pijl is, en welke gedachten en gevoelens daar allemaal aan vasthangen.
Of doe zoals ik hier doe, schrijf het op, en post het in een blog, in de hoop dat iemand het leest, zodat we beetje bij beetje elkaar beter leren begrijpen en elkaar kunnen steunen in het leren omgaan met die tweede pijl.

Muziek als pleister op alle wonden

In de ondertitel van mijn blog schrijf ik: “Wat ga je doen als je alles hebt geprobeerd en niets werkt”. Het is een prachtige zin, maar hij komt niet van mij. Wel van Hitsamatsu, ergens in de 19e eeuw.
In de zen noemen we zoiets een koan ofwel een vraag, een zin of een dialoog waarop je met het logische verstand geen passend antwoord op zal/kan vinden.

Ik wil hier niet uitweiden over koans of over zen. Ik ben allesbehalve een expert op zenvlak en ook niet op het vlak van chronische pijn. Als ik al ergens deskundig in zou zijn dan is het in de ervaringen die ik opdoe als zenstudent met chronische pijn.

Ik vind het heel bevrijdend om binnen deze oude boeddhistische traditie telkens weer iets te vinden dat mij op mijn pad verder helpt. Zeker als het gaat over chronische pijn, maar zeker ook bij elke vorm van lijden waar ik mee geconfronteerd word.

Wat ga je doen als er echt niets is wat helpt? Ik heb er al veel over nagedacht. Wat kan ik doen? Op sommige momenten, gewoon niets. Letterlijk, niets. Dan ‘doe’ ik dat. Niets.
Niets doen is soms de boodschap, zeker als er niets anders werkt. Wil dat dan zeggen dat ik alles laat schieten, nergens meer in geloof, bij de pakken blijf zitten, het opgeef en niet meer verder wil ? Natuurlijk niet, het wil enkel zeggen dat effectief niets doen op dat moment de beste optie is.

Wat dat niets doen inhoudt, kan voor iedereen anders zijn. Bij mij is muziek beluisteren één van de beste zalvende middelen.
Ik ben als tiener opgegroeid met Iron Maiden en aanverwanten.
Als ik terug naar die muziek grijp, gaat er als het ware een mentale deur open, waarbij de muziek als stroop op de pijn van dat moment wordt gegoten.

 

headphones-424163_960_720

Ik denk op die momenten aan niets, doe ook niets, behalve luisteren en de muziek laten doordringen tot het diepste van mijzelf.

Soms zijn het de woorden, op andere momenten de melodieën of de ritmes die mij in vervoering brengen. Soms is het alles samen.

De muziek geeft me op die moeilijke momenten kracht, hoop, geloof en moed om te durven kijken wat er is. En dan merk ik elke keer weer dat er ondanks de pijn nog steeds iets in mij aanwezig is wat mij elke keer opnieuw weer verder doet gaan.

Het leven zelf denk ik dan, wat nu éénmaal niet zonder lijden kan bestaan.

Zoals nu, hier.

efcca6e8-7183-11e5-afff-53bdaf2b1a8c_web_scale_0.0704887_0.0704887__

Aanvaard het nu toch eens…

Aanvaard jezelf zoals je bent, aanvaard het feit dat je iemand bent die elke dag moet omgaan met lichamelijke pijn.
Dat klinkt simpel en gemakkelijk, maar dat is het natuurlijk niet. Mocht ze zo zijn, we zouden zoveel niet klagen over onze pijn.

Ondanks alle mogelijke vormen van ontspanningstechnieken, mindfulness, breathfulness, een breed scala aan pijnstillers, pijnklinieken, zelfhulpboeken, talrijke pijnfora e.a. blijven nog steeds heel veel mensen het moeilijk vinden om de pijn die ze elke dag hebben, te ervaren zoals het is, zonder enige vorm van verzet of zelfbeklag.

Waarom is aanvaarding zo moeilijk? Het lijkt nochtans de pleister op vele, zo niet alle, wonden.
Neem alles zoals het is: “Que sera sera, what will be will be.” en de wrijvingen, de onrust, slapeloze nachten, ongenoegen, zelfhaat en zelfmedelijden verdwijnen.

Ooit las ik op een site rond chronische pijn dat de eerste stap naar ‘genezing’ aanvaarding is. Het is de deur naar de vrijheid die op een kier wordt gezet.
Zolang die eerste stap niet is gezet, kan je niet verder gaan kijken naar hoe het nu verder moet.

Ik leef zelf nu al zo’n twaalf jaar met dagelijkse pijn, en toen ik dat las werd ik plots heel kwaad op mezelf. “Nico, hoe is het nu toch mogelijk dat je na al die jaren er nog steeds niet in geslaagd bent om dat toch gewoon eens te aanvaarden?!” Ik had het gevoel dat ik nog nergens stond met mijn eigen manier, mijn eigen weg van omgaan met pijn. Ik sprak er mijn zenmeester over, “Hoe komt het toch dat ik er maar niet in slaag om het gewoon te aanvaarden?”

Volgens de site was het de eerste stap binnen een 7 stappenplan en ik was verdomme nog niet eens voorbij die eerste honk geraakt.
Ik kreeg toen het antwoord dat ik aanvaarden niet mag beschouwen als iets wat je doet en van waaruit het van dan af aan allemaal koek en ei is. Het is iets wat je elke dag opnieuw moet doen.

Elk moment van de dag, elke seconde. Aanvaarden is het telkens weer opnieuw omarmen van wat en wie je bent. Het is er vriend mee worden, er lief tegen zijn, er geen ruzie mee maken en zeker niet tegen beginnen vechten.

Aanvaarden wil dus zeker niet zeggen dat je het allemaal opgeeft, dat je je erbij neerlegt. Integendeel, je moet het lef hebben om je eigen miserie recht in de ogen te kijken en er samen mee op stap gaan. “Metta”, is een woord dat mij daar dan doet aan denken, loving kindness in het Engels.

Wees vriendelijk, in de eerste plaats voor jezelf! Stop met je zelf te bekritiseren, de grond in te duwen als het je eens wat minder gaat of zelfs helemaal niet gaat. Want elke dag is anders, elk moment is anders.

We kennen allemaal dat gevoel dat we op het ene moment nog gelukkig in de auto zitten mee te zingen met een leuk liedje, en vijf minuten later staan we in de wachtrij van het grootwarenhuis en overvalt ons een gevoel van lusteloosheid, van onrust, van angst of woede. Wel, ik herken dat alvast heel erg.

Aanvaarden dus, liefdevol omgaan met jezelf, elke keer weer opnieuw. Tot het volgende moment waarop we onszelf er terug op betrappen dat we aan het vloeken zijn, omdat ons lichaam ons weer eens in de steek laat en we niet meekunnen naar dat feestje.

En dan beginnen we weer helemaal opnieuw, met aanvaarden.

en een goede gezondheid

En een goede gezondheid !

Op 1 januari krijg je meestal te horen: „ gelukkig nieuwjaar ”, en vaak wordt dit vergezeld van de zin : „ en een goede gezondheid!”
Ik vond dat vroeger toen ik klein was, maar ook nog toen ik al in de twintig was, een redelijk ouderwetse zin die volgens mij op niets sloeg. Mensen zeiden dat zo maar.
Maar nu weet ik wel beter. De meeste van de mensen die dat toen zeiden, hadden reeds wat tegenslagen gekend in hun leven, en vaak hadden ze daar nog steeds last van. Bij de één was het reuma, bij de ander het verlies van één of meerdere geliefde personen, vrienden of familieleden. Bij nog anderen was het kanker, of een slecht gehoor, of de ogen die achteruit gaan. Of het was een accident, een zware ziekte, een depressie, etc.
Ik heb altijd gedacht dat die zaken enkel en alleen bij oude mensen voorkomen, bij echt oude mensen bedoel ik dan. Niet bij mensen van veertig zoals ik nu, nee, dat kon toch niet. Of als het al gebeurd dan toch zeker niet bij mij, zo denkt een mens toch soms nee?
Helaas heb ik mij toen grandioos vergist. Ik zat er volledig naast en was een niets wetende dwaas toen ik mijn ogen omhoog rolde bij het horen van dergelijke nieuwjaarswensen.

eneengoedegezondheid

Deze morgen wou ik voor mijn vrouw zorgen die ziek was. Hoesten, niezen, keelpijn en koorts, het één al wat meer dan het ander. Ik had alweer een wondje aan mijn stomp opgelopen. Waarschijnlijk opgedaan bij de yogales die ik vorige week heb gevolgd. Zelfs statische houdingen aannemen is blijkbaar niet aan mijn been besteed. Door dat wondje deed mijn been extra veel pijn, bij elke stap sneed er precies een mes door de achterkant van mijn been. Ondanks mijn goede voornemens om er voor mijn vrouw te zijn, werd het mij plots teveel, de pijn was bijna niet meer te verdragen. Ik begon te huilen en reageerde mijn verdiret en pijn bijna op haar en de kinderen af. Dat was duidelijk niet wat ik van te voren had gepland.

Nu lig ik op bed deze tekst te typen. Ik moet pas binnen twee uurtjes op mijn werk zijn. Mijn vrouw is gaan werken ondanks verschrikkelijke keelpijn en hoesten. De kindjes heeft ze afgezet, eentje bij de creche en eentje op school.

Ik heb nog twee uur. Op die tijd moet ik mijn wondje goed zien te ontsmetten en verzorgen om erger te voorkomen. Maar ik had ook beloofd een paar zaken in huis te doen. Elke stap kost nu weer moeite en ik vertik het om met die krukken rond te lopen, twee benen is gewoon veel makkeljker om vanalles gedaan te krijgen.
Dus nog liever de pijn wegbijten en doen wat ik heb beloofd dan weer te moeten toegeven dat het niet ging, dat ik teveel pijn had. En ondertussen maar smsjes sturen naar mijn lief vrouwtje, om te zeggen dat het me spijt, dat ik zo niet had mogen uitvliegen deze morgen.

Vanaf volgend jaar wens ik iedereen een goede gezondheid toe. Zelfs nu wens ik dat iedereen al toe, en morgen weer, en de dag erna weer, en elke dag opnieuw zal ik in mijn binnenste iedereen een goede gezondheid toewensen, mezelf incluis !