Voorbij de pijn : artikel in tijdschrift Psychologies

voorbij-de-pijn_000001voorbij-de-pijn_000002

 

hier ook de gewone tekst versie :

Voorbij de pijn: op zoek naar de zin van lijden

Hoe ga je om met een pijn die elke dag opnieuw je leven beheerst? Nico (42) verloor in 2004 zijn linkeronderbeen bij een verkeersongeval. De prothese heeft hij een plaats gegeven, de zenuw- en fantoompijnen stellen hem nog 24 uur per dag op de proef. Een zoektocht naar de zin van leven en lijden.

De zomer van 2004. Na een repetitie met mijn rockband Kill Spector begon het fel te onweren. ‘Rijd jij echt in dat weer met de motor naar huis?’ vroegen mijn vrienden. Ik zag er geen graten in. Zelfs niet toen mijn vader belde met het voorstel om mij met de wagen te komen halen. ‘Laat maar zitten,’ zei ik. ‘Komt wel goed.’ ‘Zie maar dat we je straks niet uit de gracht moeten halen!’ grapten mijn vrienden nog.’

Het regende hard, ik zag nauwelijks iets voor mijn ogen. Op de R4 rond Gent viel mijn motor ineens stil. Ik haastte me naar de pechstrook, ging in de berm staan en belde een vriend. Hij zou er binnen de 10 minuten zijn. Daar stond ik dan, in de gietende regen. Ik besloot nog even te kijken of ik mijn motor toch niet aan de praat kreeg. En net op dat moment, tijdens die paar seconden dat ik terug op mijn motor zat, kwam er vanuit het niets een auto en werd ik weggekatapulteerd.’

Mijn linkerbeen lag in een vreemde hoek, het bloed gutste eruit. Af en toe passeerde een auto maar niemand stopte. Ik begon te roepen, dacht echt dat ik eraan ging. Nog een geluk dat ik mijn vriend had gebeld. Hij heeft alles gedaan wat hij kon: mij moed ingesproken, de ambulance gebeld, mijn been afgebonden met zijn T-shirt. Ik had verschrikkelijk veel pijn maar was constant bij bewustzijn. Ik voelde maar één ding: overlevingsdrang. Pas toen ik in de ambulance lag, is het licht uitgegaan.’

Zeven dagen lang hebben de artsen geprobeerd om mijn been te redden. Toen het woord amputeren dan toch viel, kon ik dat niet vatten. Het was een ver-van-mijn-bedshow, heel onrealistisch allemaal. Wakker worden na de operatie, dat beeld vergeet je nooit meer. Aan de ene kant van het laken steekt een voet uit, aan de andere kant niet. Dan ben je zo in paniek, zo verdrietig, zo reddeloos. Op medisch vlak hebben ze daar alles gedaan wat ze konden maar op psychologisch vlak is er nog veel werk aan de winkel. Er zou toch iemand moeten zijn op de afdeling traumatologie die meteen na zo een ongeval langskomt om te praten? De enige waarmee ik kon delen wat er in mijn hoofd omging, was mijn vriendin. Na de amputatie ben ik nog vier of vijf keer geopereerd aan mijn stomp, met als gevolg dat die heel kwetsbaar is. Ik was een zielig hoopje mens. Depressief, met enorm veel pijn.’

Rocky versus Zen

Na twee maanden mocht ik naar huis. Toen het lopen met een prothese begon te lukken, dacht ik: nu ga ik mij bewijzen! Samen met mijn vriendin ging ik mee op een skireis voor andersvaliden. Ik kreeg les van iemand met een onderbeenprothese die fantastisch kon snowboarden. Dat was een held, ik moest dat ook kunnen! Het bleek veel te zwaar na amper één jaar amputatie. Ik had helse drukpijnen en mijn been lag constant open. Ik ging op zoek naar een andere sport. Triathlon! Normaal is er één iemand die zwemt, de ander fietst en nog een ander loopt. Maar ik zou het wel allemaal alleen doen. Mijn Rocky-fase, noem ik het. Ik heb de wedstrijd uitgelopen maar toen ik mijn prothese afdeed, was heel mijn stomp kapot. Ik moest twee weken herstellen, met rolstoel en krukken. Het was compensatie, bewijsdrang, ‘zie eens wat ik wél nog allemaal kan’. Je krijgt schouderklopjes, iedereen ziet je als een held, heel fijn. Maar mijn prothese bleef problemen geven dus ik schakelde over naar Amp Foot, veldvoetbal op één been, met krukken. Hilarisch zwaar. Na twee weken kreeg ik enorm veel pijn. Artrose in beide heupen. Telkens opnieuw werd ik geconfronteerd met het feit dat ik mezelf lichamelijk nog meer aan het kapotmaken was.’

Daarna heb ik een switch gemaakt. Ik botste op een boek over zenboeddhisme en ben beginnen lezen over leven en lijden. Na wat googelen ontdekte ik dat er op een kwartier van mijn deur een zengroep was. Ik daarnaartoe. Het was eerst bevreemdend maar al snel overviel mij een enorme rust. Bij het zenmediteren word je verplicht om je aandacht naar binnen te richten. Dan pas zie je wat er zich in je hoofd afspeelt. Ik zag een autostrade met vijf stroken waar de gedachten tegen 140 kilometer per uur voorbijraasden. Oordelen, ideeën over wie je bent en wie je moet zijn. Je kijkt ernaar en laat alles passeren, als wolken. Ik voelde dat het een plaats was waar ik mezelf kon zijn, waar ik me kwetsbaar mocht opstellen. Er ging een nieuwe wereld voor mij open. Ik zag dat er een gevecht aan de gang was in mijn hoofd. Ik wilde mezelf bewijzen, niet plooien, niet aanvaarden. Ik denk dat ik het na al die jaren nog niet aanvaard heb, hoor. Het is een dagelijkse uitdaging. Ook dat heb ik geleerd: aanvaarden is niet iets dat je op een bepaald moment doet, et voilà, de kous is af en je kan verder. Aanvaarden is elke dag opnieuw aanvaarden wat er is.’

Onzichtbare handicap

Mensen zien mijn prothese en denken dat dat moeilijk is. Maar daar kan ik mee leven. En ik schaam mij niet. In de zomer draag ik een korte broek, ik ga met mijn kinderen naar het zwembad, dat kan mij allemaal niet schelen. Mijn grootste handicap zie je niet. Mijn grootste handicap is opstaan met zenuw- en fantoompijn en gaan slapen met zenuw- en fantoompijn. Omdat die onzichtbaar is, wordt die ook veel minder begrepen. Daarom ben ik een blog begonnen (Voorbij de pijn, red.). Ik wil een klankbord en een spreekbuis zijn voor mensen met pijn. In onze maatschappij mag je niet te veel tijd besteden aan pijn hebben en lijden. De wereld draait door, we moeten verder doen en blij zijn. Ik wil niet pathetisch doen, niet klagen en zagen, ik wil enkel tonen dat veel mensen pijn hebben die we niet zien. Mentale pijn, chronische rugpijn … Blijkbaar is het in onze maatschappij heel moeilijk om onze binnenkant aan de buitenwereld te tonen. Hoe vaak vergelijken we onze binnenkant niet met de buitenkant van iemand anders? Ik blijf erbij dat iedereen wel iets heeft en dat we allemaal met een masker rondlopen. Terwijl het zo’n deugd doet om je open en kwetsbaar op te stellen en te merken dat er iemand echt luistert. Daarom wil ik mensen graag samenbrengen in een luistercirkel. Het principe is eenvoudig. Je vormt een cirkel en legt een ‘talking stick’ in het midden. Wie de talking stick neemt, is aan het woord, de rest zwijgt en mag niet inpikken. Want wat doen we vaak? We luisteren naar iemand maar hebben intussen al antwoorden in ons hoofd. Dan luisteren we niet echt. De eerste keer had ik het er moeilijk mee, het leek mij zo’n zelfhulpgroepgedoe. Maar op een keer vertelde een vrouw tijdens een luistercirkel over haar dochter, die op haar 18e gestorven was aan een zeer pijnlijke ziekte. Ik ben toen ongelofelijk beginnen wenen. Dat was de eerste keer dat ik voelde wat het betekent om je hart open te zetten, om echt te durven voelen. Ik had verdriet voor die vrouw maar tegelijk voelde ik mijn eigen verdriet. Ik denk dat we dat allemaal te veel doen: ons hart achter tralies zetten en ons sterk maken voor de buitenwereld. Ik heb geleerd dat we niet kunnen bepalen wat ons overkomt maar dat we wel zelf kunnen beslissen wat we ermee doen. Ik zou zeggen: sluit je niet af, durf ermee naar buiten komen.’

Voorbij de pijn

Als je vraagt naar de zin van lijden moet je beginnen met de zin van leven. Volgens mijn zenleraar heeft het leven op zich geen zin maar willen wij, mensen, daar zin aan geven. De zin van je leven is hoe jij je leven leidt, hoe jij vorm geeft aan je leven, hoe jij verantwoordelijkheid opneemt voor wat is, voor wat je doet en overkomt.’

Lijden op zich heeft geen zin maar kan volgens mij getransformeerd worden naar een soort van mededogen. Als je zelf met lijden wordt geconfronteerd, trek je je ogen open en besef je dat er overal lijden is. Plots zie je de menselijkheid in elk mens. Als je dat mededogen naar boven durft laten komen, gaat daar een enorme kracht van uit. Je kijkt met minder vooroordelen, gaat minder veroordelen. De persoon die mij destijds heeft aangereden heb ik volledig vergeven. Ik ben ervan overtuigd dat in ieder van ons een dader en een slachtoffer schuilt. Mijn lijden heeft mij veranderd als mens. Ik ben veel gevoeliger geworden. Mijn hart is opengegaan en ik voel dat het niet erg is om dat naar buiten te laten komen en te delen met anderen. Je bent meer dan die buitenkant en dat lichaam. Je bent ook iets dat lééft vanbinnen, met emoties, wilskracht, levenskracht. Dat geeft mij zin om verder te gaan.’

Ik ben nog altijd de Nico die zijn pijn soms afreageert op zijn partner en zijn kinderen, de Nico die het soms niet ziet zitten. Maar ik ben ook de Nico die geleerd heeft om elke dag opnieuw te proberen kijken naar de dingen die goed gaan. Vroeger had ik veel angst voor de dood maar dat is nu minder. Omdat ik probeer te vertragen en te kijken naar wat voor mij echt belangrijk is. Dat is niet dat mijn auto proper gewassen is en mijn gras gemaaid, maar wel dat ik er genoeg ben voor mijn kinderen, mijn partner, mijn ouders … Ik heb het gevoel dat ik ondanks die pijn en al dat lijden en zoeken écht aan het leven ben’.

Het is mijn droom om mensen die last hebben van chronische pijn te begeleiden en te coachen. Ik zou het fijn vinden als er ooit een bordje aan mijn deur zou hangen: ‘Voorbij de pijn – begeleiding van mensen met pijn’. En ik wil ook mensen samenbrengen voor luistercirkels. Ik denk dat ik, door wat ik zelf meemaak en door nu al 12 jaar te onderzoeken, te denken en te praten, goed in staat ben om mensen te helpen. Niet om hen van hun pijn af te helpen maar om hen te ondersteunen om samen met hun pijn verder te leven. Vandaar de naam van mijn blog, ‘Voorbij de pijn’. De pijn is niet voorbij maar je pakt de pijn mee en gaat eraan voorbij.’

Meer info: www.voorbijdepijn.com

2 Comments

  1. Beantwoorden
    Ronald keukelier 15 november 2016

    Dag Nico
    Mooi initiatief. Je zal er hopelijk veel mensen kunnen mee helpen om een beter leven te krijgen .
    Zoals je schrijft is het een verdoken probleem. Nog met lichamelijke nog met geestelijke pijn uitkomen is niet stoer in onze maatschappij .
    En er over kunnen praten helpt.

    Succes met je groep.

    Ronald

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *